Nu digitale identiteit essentieel wordt in diverse sectoren, ontwikkelen zowel het Verenigd Koninkrijk (VK) als de Europese Unie (EU) kaders om deze veilig te integreren in het dagelijks leven. Terwijl het VK nog bezig is met het leggen van de basis via nieuwe wetgeving, heeft de EU al een veelomvattend model gevestigd. Een vergelijking tussen deze benaderingen laat zien waar het VK momenteel staat en wat het kan leren van de Europese ervaringen.
De aanstaande Britse Digital Information and Smart Data Bill (DISD Bill) beoogt het digitale identiteit-ecosysteem te moderniseren. Dit initiatief, aangekondigd in de King's Speech, heeft als doel de economische efficiëntie te verhogen door administratieve kosten te verlagen, transacties te vereenvoudigen en de stijging van identiteitsfraude in te dammen.
Een belangrijk kenmerk van de DISD Bill is de introductie van 'trust marks' (keurmerken) voor aanbieders van digitale identiteit. Dit zijn door de overheid ondersteunde certificeringen die de transparantie en het vertrouwen moeten vergroten. Echter, in vergelijking met de gevestigde Europese eIDAS-verordening, ontbreekt het het Britse Digital Identity and Attributes Trust Framework (DIATF) – de basis voor de DISD Bill – nog aan een sterke wettelijke fundering.
Het kost tijd om consistente standaarden te vestigen en publiek vertrouwen op te bouwen. Het VK moet zorgen rondom gegevensbescherming en toestemmingsbeheer aanpakken met striktere regelgeving om gelijke tred te houden met de robuustere aanpak van de EU. Het VK geeft momenteel prioriteit aan de decentralisatie van gebruikersgegevens om privacy en controle te verbeteren, zeker gezien de stijgende online fraude; Ofcom meldt dat 46% van de Britse volwassenen persoonlijk te maken heeft gehad met een online scam.
De eIDAS-verordening van de EU legt de lat hoog met een veilig, gestandaardiseerd kader voor digitale identiteiten binnen de EU-lidstaten. In tegenstelling tot het systeem in ontwikkeling in het VK, maakt eIDAS al veilige grensoverschrijdende transacties en digitale interacties mogelijk, wat economische groei en integratie stimuleert.
Een grote kracht van eIDAS is het allesomvattende juridische kader dat grensoverschrijdende interoperabiliteit en vertrouwen tussen bedrijven en consumenten ondersteunt. Hoewel de Britse 'trust marks' enige transparantie zullen bieden, evenaren ze niet de gestandaardiseerde, wettelijk bindende vereisten van eIDAS. Het is nog wachten op wetgeving die het DIATF een wettelijke status geeft.
Door principes over te nemen die vergelijkbaar zijn met eIDAS, kan het VK niet alleen de nationale digitale infrastructuur verbeteren, maar ook internationale interacties vergemakkelijken. Hiervoor moet het VK nauwer aansluiten bij de juridische en technische standaarden van de EU om vergelijkbare veiligheid en publiek vertrouwen te garanderen.
Hoewel het VK vooruitgang boekt, loopt het nog steeds achter op het eIDAS-raamwerk van de EU. De wijzigingen in eIDAS die in mei vorig jaar (2025) van kracht werden, hebben de kloof tussen de EU en het VK verder vergroot. Het implementeren van veilige digitale wallets, zoals die van Digidentity, kan helpen deze uitdagingen aan te pakken. De digitale wallets van Digidentity verbeteren de gegevensbescherming, stroomlijnen identiteitsverificatie en vergroten het publieke vertrouwen — cruciale elementen voor de verdere ontwikkeling van het Britse ecosysteem en economische groei.